De toekomst van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking

Ook interessant...

4 reacties

  1. Aart van der Heide schreef:

    Goed artikel Fred van der Kraaij. Ik ben bezig om iets te schrijven over de toestand vanuit enkele Sahel-landen. We hebben meer dan 40 jaar projecten uitgevoerd maar waartoe heeft dat geleid? In Burkina en Mali zijn na de onafhankelijkheid ongeveer 50 jaar geleden de bevolking verdriedubbeld en ook de voedselproductie. Vooral op het platteland is veel werkeloosheid en jongeren trekken massaal naar de grote steden. Toen ik in 1985 in Mali kwam telde Bamako 300.000 inwoners en nu: 3 miljoen! Geen werk voor hen, geen inkomen, de hulp hielp nauwelijks en de regeringen zijn gevangenen van hun eigen stroperige bureaucratie. Als ik een jonge Saheliaan zou zijn zou ik ook naar Europa willen. helaas in Europa kunnen we dat probleem ook niet oplossen. Wat dan? Ik ben bezig hierover te schrijven. Bram Posthumus heeft trouwens een goed serie op TV gemaakt.

  2. Paul Hassing schreef:

    Helder artikel en goed geschreven. Bij de analyse van de beleidsveranderingen in de jaren negentig zou vermeld mogen worden dat er ook met het onderwerp milieu is afgerekend. Niet in de laatste plaats omdat de betrokken BuZa directie zelf met een ”soort evaluatie rapport” is gekomen (die helaas weinig publiciteit heeft gekregen) waarin gesteld werd dat het met de integratie van het milieubeleid in het bilaterale beleid wel goed zat. Daarna is langzaam maar zeker het milieubeleid uitgefaseerd. Het lijkt me dat deze conclusie, nu 10 jaar later, bewezen heeft onjuist te zijn.
    Wat mij zelf meer en meer opvalt in het huidige ontwikkelingsbeleid is dat aan de vele regels en voorwaarden waaraan projecten en programma’s moeten voldoen een steeds sterkere neo-koloniale lucht hangt. De doorgeslagen technocratie van het beleid is alleen nog voor vooral westerse deskundigen te begrijpen, creëert een eigen wereld en een eigen dynamiek. En steeds verder los staat van de praktijk van ontwikkelingslanden. Een schrijnend voorbeeld daarvan zijn de vele tenders die er tegenwoordig worden uitgeschreven. Geen ontwikkelingsland die aan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden, heeft meegeschreven. En de professionele kennis van de beheerders van deze tenders is beperkt, om niet te zeggen verontrustend. Zij blinken voornamelijk uit in kennis over de Nederlandse procedures die gelieerd zijn aan de comptabiliteitswet en de grote zucht naar controle.
    Een ander opmerkelijke ontwikkeling over de afgelopen 20 jaar is de voortdurende discussie over het inperken van het aantal landen. Daarmee zou de efficiency van het beleid gediend zijn. Maar hoe valt dit te rijmen met bijvoorbeeld een VN organisatie zoals de UNDP of de FAO die over een veel kleiner budget beschikken als Nederland maar in principe in alle ontwikkelingslanden (mogen) werken. Nederland betaalt daaraan mee! Hoe dit te verantwoorden. Speelt hier ook niet mee dat er nog steeds zoiets als een stilzwijgende afspraak bestaat met de Ngo’s in Nederland dat zij zich niet met het bilaterale en multilaterale beleid bemoeien van Nederland tenzij nieuwe beleidsteams van de Nederlandse OS aan de orde zijn waaraan deze twee kanalen niet genoeg prioriteit geven. En de Ngo’s wel geacht worden die nieuwe OS prioriteiten direct zelf op te pakken!
    Helaas worden de Nederlandse Ngo’s nu gedwongen om vooral interne maatregelen te nemen om de personeelsomvang en bezuinigen met elkaar in evenwicht te krijgen. Het lijkt erop dat dat ten koste gaat van een kritische houding ten opzichte van de OS beleid; van activist naar crisis manager. Zo lijkt bijvoorbeeld ook de discussie over adaptatie aan klimaatveranderingen nu verzand (zie Parijs en Marrakesh) te geraken in academische onderzoek en hoe toch maar zo veel mogelijk gebruik te maken van de bestaande ODA klimaatfondsen om extra middelen te kunnen verwerven. Dat bij de beoordeling van adaptatie grove beleidscorruptie optreedt wordt maar even voor lief genomen, lijkt het. Slechts een kwart van de projectmiddelen die als adaptatie/klimaat worden aangemerkt door de donoren, zijn onlangs door Adaptation Watch gekenmerkt als adaptatie/klimaat, de rest komt daar niet voor in aanmerking. Je reinste beleidsfraude van ook Nederlandse ambtenaren. Om nog maar niet te spreken over het feit dat de klimaatverandering wordt veroorzaakt door de rijke landen hier en er dus sprake is van compensatie van geleden schade daar. Dat is een internationale verantwoording, namelijk de vervuiler betaalt!. Niet van een gift zoals dat voor ODA het geval is. ODA middelen hebben daar niets mee van doen. Onder het kabinet Balkenende werd er daarom 500 miljoen voor een periode van 4 jaar additioneel uitgetrokken om deze schade op te vangen. Inderdaad de huidige minister Ploumen en haar voorgangers hebben dit beleid volledig verkwanseld.

    • Dank je Paul voor zowel je commentaar op mijn bijdrage als voor de vele goede gedachten en ideeën in jouw reactie. Teveel om hier op in te gaan, maar we zijn het eens – ook omdat wij de realiteit van ‘BZ’ uit eigen ervaring kennen.

      Ik hoop dat de komende tijd een echte en betekenisvolle discussie over de toekomst van OS oplevert. Het moet afgelopen zijn met vrijblijvend gepraat dat nauwelijks eigenbelang verhult. ‘Ontwikkelingssamenwerking’, met de nadruk op ‘samenwerking’, veronderstelt twee (of meer) partners, die – to say the least – allebei iets in te brengen hebben, die serieus worden genomen. Wat Nederland doet in dit opzicht verdient niet de kwalificatie ‘samenwerking’.

      Helaas kan ik hier niet ingaan op alles waartoe je reactie aanleiding geeft, maar ik hoop dat de heren en dames politici en beleidsmedewerkers in ‘Den Haag’ je opmerkingen ter harte nemen. De a.s. verkiezingen stellen ons in elk geval in staat om degenen die ons hebben teleurgesteld, dit te laten weten: middels onze stem voor de politieke partij waarin wij meer vertrouwen hebben!

      Hartelijke groet,

      Fred

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *