Vredesoverleg tussen regering van Mali en rebellengroepen in Algiers koerst af op mislukking

Ook interessant...

6 reacties

  1. Aart van der Heide schreef:

    Goed artikel Fred van der Kraaij. Ben het geheel met je eens dat de verschillende partijen in Algiers een soort stoelendans spelen. Jonas Staal zet zich in voor een zaak waarvan hij denkt dat die goed is. Dit grote recht hebben wij in Nederland en moeten we verdedigen. Willen wij dat Afrikaanse landen deze principes ook gaan accepteren dan zullen zij ook deze principes moeten begrijpen. Er is nog een lange weg te gaan maar ik ben het met je eens dat de besprekingen in Algiers weinig zullen en ook kunnen opleveren. Jammer. Het altijd zo vredige Mali bestaat niet meer. We wachten op het nieuwe boek van Gerbert van der Aa dat ons ook meer inzicht zal geven in de identiteit van de Toearegs. Wel een volk door gemeenschappelijke taal en cultuur maar heeft nooit in een georganiseerd staatsverband geleefd. Vergelijk het met Somalië. Nogmaals dank voor je goede artikel.

    • Dank je, Aart van der Heide, voor je vriendelijke en lovende woorden. We zijn het dus eens over ‘Algiers’. Ook over het trieste feit dat het vredige Mali zoals wij dat kennen uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw verleden tijd is. Gelukkig blijf ik altijd optimistisch, ook in dit geval, maar je weet: ‘in Mali moet je je nooit haasten’.

      Ook ik kijk uit naar het boek van Gerbert van der Aa ‘Terug naar Timboektoe’. Het verschijnt 15 oktober a.s. (zie zijn fb pagina https://www.facebook.com/gerbert.aa en/of http://vanderaa.wordpress.com/nieuws)

      Hartelijke groet, Fred van der Kraaij

  2. Huub Munstege schreef:

    Helder verhaal en een redelijk compleet overzicht. Gelukkig leidt de vrijheid van meningsuiting ook nog tot kwaliteitsbijdragen over Mali op afrikanieuws.nl. Het is tevens zinvol om de MNLA – Jonas Staal tandem in een feitelijk kader te plaatsen en de dubbele tong van de MNLA aan de kaak te stellen. Hulde daarvoor. Toch nog enkele kanttekeningen en vragen, die overigens aan de conclusie en strekking van het verhaal helaas niets afdoen. Integendeel, misschien versterken ze nog wel het sombere beeld.

    Allereerst kwalificeerde ik in de eerste zin ‘compleet’ met ‘redelijk’. Daarmee wil ik geen afbreuk doen aan de rijke historische context en de beschrijving van het gefragmenteerde Toeareg kamp. Maar ik heb gemist de vermelding van de aanwezigheid van criminele bendes die zich inlaten met drugs- mensen- en wapensmokkel en de opportunistische allianties met de andere groeperingen in het noorden. Het is de verfoeilijke smeerolie die mede het conflict in stand kan houden. Of is het misschien wel het motief?

    Voorts stel je in de conclusie dat de Malinese overheid in Algiers tactvol omgaat met de genoemde dubbele tong van de MNLA zodat ze geen argument in handen krijgen om weg te lopen. Is dat wel zo? Is het niet dezelfde Malinese overheid die nogal onbezonnen afgelopen maand mei een bezoek aan Kidal forceerde en dat met zijn nasleep aan 50 Malinese militairen het leven heeft gekost? Akkoord, Kidal is Malinees grondgebied & ‘Mali un et indivisible’ etc., maar had men niet op zijn klompen kunnen aanvoelen dat de gewapende groepen dit bezoek als een provocatie zouden opvatten? En hadden MINUSMA en SERVAL daar ook niet voor gewaarschuwd? Overigens wachten we bij mijn weten nog op de resultaten van het grondige onderzoek dat naar aanleiding van die gebeurtenissen was beloofd. Maar intussen hebben de presidentiële Boeing en ondoorzichtige aanbesteding met betrekking tot de aankoop van legeruitrustingen de revu gepasseerd en de aandacht opgeëist.

    Ben benieuwd naar het volgende verhaal over MINUSMA. En misschien neem je ook nog de moeite om in te gaan op het moeizame eerste jaar van IBK? Zijn populariteit is razendsnel afgenomen door vriendjes- & familiepolitiek, de passiviteit met betrekking tot het Mali-Nord dossier, aanhoudende corruptie, en een bevolking en donors die van dit laatste moedeloos worden of het niet meer pikken. En dat toch terwijl hij was gekozen onder het credo ‘l’homme de la situation’; moeilijk als één kant (de bevolking in het zuiden, zijn stemmers) daadkracht verwacht terwijl aan de andere kant men moet vaststellen dat het Malinese leger in een niet veel betere staat verkeert dan in 2012 en de internationale gemeenschap diplomatie en overleg eist. Toch kijk ik uit naar de volgende bijdrage.

    • Dank Huub Munstege, voor je reactie en interessante kanttekeningen en vragen. Puntsgewijs mijn reactie hierop.

      1 Allereerst je toelichting bij je kwalificatie ‘redelijk compleet’. Je hebt volkomen gelijk dat de criminele bendes in de regio belangrijke aspecten vormen van het conflict, het aanwakkeren, of er zelfs ten grondslag aan liggen en een oplossing ervan compliceren. Ik heb dit bewust weggelaten, niet omdat het niet belangrijk is, maar je kunt in één artikel nu eenmaal niet alles opnemen en in dit geval was mijn ‘rode draad’ de twee monden waarmee de MNLA spreekt en onderhandelt. Maar je punt is terecht.

      2 a) MINUSMA in elk geval en waarschijnlijk ook Serval zullen premier Mara gewaarschuwd hebben voor zijn bezoek aan Kidal in mei j.l. Zoals je weet heeft Frankrijk in dit geval boter op zijn hoofd, want het heeft de MNLA de vrijheid in Kidal gegeven – in ruil voor steun bij het verjagen van de jihadisten en terroristen – ten koste van het gezag van de centrale regering. MINUSMA heeft in haar mandaat staan dat het de territoriale integriteit en de eenheid van de Malinese Staat erkent maar handelt daar niet naar. Dat kan het ook niet zonder partij te worden in het conflict, iets wat de VN-missie begrijpelijk wil vermijden omdat het onpartijdigheid wil uitstralen – wat echter bijna in tegenspraak is met haar mandaat. De dubbele tong van de MNLA was al zichtbaar bij de weigering premier Mara toe te laten Malinees grondgebied te bezoeken, i.c. Kidal, immers de MNLA had al vele maanden ervoor afstand gedaan van haar claim op onafhankelijkheid of autonomie. Tactisch gezien was het misschien niet juist van premier Mara, maar wie was er nu verkeerd?
      2 b) De IMF missie die momenteel Mali bezoekt zal het zeker hebben over het contract voor de defensieaankopen en het regeringsvliegtuig. Ik verwacht dat ten aanzien van het eerste besloten zal worden dat in het vervolg een procedure van internationale aanbesteding zal moeten worden gerespecteerd, en misschien valt er een minister over, en over het tweede, het regeringsvliegtuig, daar komt Sahara zand over, verwacht ik.

      3) Op mijn twitter account heb ik uitgebreid aandacht gegeven aan het eerste jaar van president IBK, op basis van de gedetailleerde officiële berichtgeving van de @PresidenceMali (@FredVDKraaij). Het is een boeiend onderwerp, maar moeilijk combineerbaar met een verhaal over MINUSMA. Het is verleidelijk nu hier in te gaan op IBK’s eerste jaar, maar hopelijk heb je er begrip voor dat dat niet gaat, en ook niet in een verhaal over MINUSMA. Ik beschouw het als een goede suggestie om er een andere keer aandacht aan te geven.

      Nogmaals dank Huub voor je commentaar! Hartelijke groet, Fred van der Kraaij

  3. Nicolaas Vrijboer schreef:

    Dank aan Fred van der Kraaij voor een genuanceerd en goed gedocumenteerd artikel over het Malinese vredesoverleg. Ook de aanvullende commentaren zijn informatief en nuttig.

    Dit soort artikelen helpt het onzalige zwart-wit denken te vermijden waarin de media in Nederland af en toe verzeild dreigen te raken. Fred van der Kraaij laat duidelijk zien dat het Malinese conflict een complex conflict is dat niet kan worden gereduceerd tot een conflict tussen goed (de MNLA dan wel de Malinese regering) tegen kwaad (de Malinese regering dan wel de MNLA).

    Duidelijk moet zijn dat aan de ene kant de MNLA niet zo’n prachtige ideale vrijheidsbeweging is als hij zich graag wil voordoen, en aan de andere kant dat er van alles niet goed gaat aan de regeringskant van Mali.

    De verdeeldheid tussen en binnen de rebellengroepen lijkt een van de grootste risico’s voor de vredesbesprekingen te zijn. De Malinese regering moet de verleiding weerstaan om deze verdeeldheid uit te spelen, want akkoorden die dankzij die verdeeldheid tot stand zouden komen zullen waarschijnlijk (weer) geen lang leven beschoren zijn.

    Andere zwakke kanten van de rebellengroepen zijn:
    – Zij zijn niet representatief zijn voor de bevolking van het noorden van Mali;
    – Er is permeabiliteit tussen de Toeareg-rebellengroepen en de jihadistische strijders.

    Sowieso blijven de jihadistische strijders een complicerende factor. Ze zijn uitgesloten van het overleg maar zij hebben wel het grootse deel van het noorden van Mali onder controle. Ook een uitkomst waarbij dat gegeven niet wordt meegenomen kan niet tot een duurzame oplossing van het conflict leiden.

    Aan de kant van de Malinese regering speelt de kwestie van de legitimiteit natuurlijk ook, maar wel minder. De huidige president is met een grote meerderheid van stemmen gekozen (weliswaar in overhaaste verkiezingen, maar toch). De positie van de premier, Moussa Mara, kan wankelen onder druk van de partij van de president en opkomende sociale onrust. Wel heeft hij recent aan prestige gewonnen door (uiteindelijk) resoluut op te treden tegen de corruptie die door het IMF en het Malinese Hooggerechtshof aan de kaak zijn gesteld.

    Tenslotte, ook de ontwikkelingen in de omliggende landen blijven van grote invloed. Vooral Algerije en Libië zijn van wezenlijk belang, maar ook de andere omliggende landen.

    • Beste Nicolaas Vrijboer,

      Heel veel dank voor de positieve en erg informatieve reactie op mijn artikel over de vredesbesprekingen in Algiers, met mijn verontschuldigingen voor mijn trage reactie, door persoonlijke omstandigheden.

      Ik heb met veel genoegen – mag ik tutoyeren? – je commentaar gelezen waaruit veel kennis en inzicht blijkt over Mali en ‘het conflict’, die tot een zeer evenwichtig standpunt leiden.

      In je slotalinea geef je terecht aan dat de ontwikkelingen in de omringende landen van grote invloed zijn en blijven op het verloop van het conflict in Mali en dus ook op de vredesbesprekingen. Het gaat hier om een groot gebied dat onder meer de Westelijke Sahara, Mauritanië, Algerije, Tunesië, Libië, Tsjaad, Niger en Burkina Faso omvat.

      Een goed voorbeeld hiervan vormen de recente ontwikkelingen in Burkina Faso – waar President Blaise Compaoré – ‘de moordenaar van Ouagadougou’ (naar het gelijknamige boek van Jan Brokken) – met hulp van Frankrijk naar Ivoorkust is gevlucht. De politieke veranderingen in Burkina zijn te recent om vooruit te lopen op de gevolgen voor de politieke stabiliteit in de Sahel en het algemeen en met name in Mali, maar in hoofdsteden in West-Europa en Noord-Amerika (met name Frankrijk en de VS) draaien militaire strategen en geo-politici in samenwerking met vertegenwoordigers van donororganisaties overuren om hun belangen te verdedigen. De complexiteit van het conflict in Noord-Mali heeft er weer een dimensie bij gekregen.

      Zoals Gerbert van der Aa ook aangeeft in zijn zeer onlangs verschenen boek ‘Terug naar Timboekte’ is het conflict tussen Toearegrebellen en de centrale regering in Bamako in belangrijke mate een raciaal conflict. In het verleden overheersten Toeareg de zwarte bevolking in wat nu de soevereine staat Mali is, inclusief slavernij en slavenhandel, De Bella bevolkingsgroep is er een uitvloeisel en overblijfsel van. Na de onafhankelijkheid in 1960 zijn de rollen omgedraaid. De regering van hoofdzakelijk zwarte Malinezen had geen boodschap aan de Toeareg. Ik heb toen ik in Mali woonde dit meermalen kunnen constateren,

      Anno 2014 is de politieke realiteit niet meer die van de jaren 1960-1980. De huidige regering van president IBK en premier Mara beseft dit. Zij kennen ‘het noorden’ van dichtbij. Premier Mara kent een deel van de Toeareg gemeenschap uit eigen hand, via zijn moeder, Kadiatou Ly, een Peul, die met een Toeareg getrouwd is, Baya Ag Mohamed. President Ibrahim Keita kent het noorden ook heel goed, onder meer uit eigen waarnemingen en contacten. Zijn vrouw sinds vier decennia, Amy Maïga, is een geboren Sonraï, uit Gao.

      Zoals je terecht aangeeft zijn de rebellengroepen niet representatief voor de bevolking van het noorden van Mali, die voornamelijk bestaat uit Arabieren, Bella, Bozo, Peul, Sonraï en Toereg.

      De toekomst van Mali zal afhangen van de mate waarin de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam samenleven, waarbij de zware last van de geschiedenis zal zijn omgezet in een multiculturele samenleving. De regering in Bamako weet dat dit een lang proces is, dat verder gaat dan de ondertekening van een overeenkomst in Algiers, ook al voelt het zich genoodzaakt af en toe ‘lip-service’ te plegen aan diplomatieke wenselijkheden en statements. In militair opzicht is de Malinese regering immers machteloos in het noorden en in sterke mate afhankelijk van de VN-vredesmacht MINUSMA. Dit laatste creëert een apart spanningsveld waarover het laatste woord nog niet is gezegd, maar het gaat te ver om dit in deze toch al uitgebreide reactie aan te kaarten.

      Nogmaals veel dank voor je commentaar en ik zie uit naar nieuwe artikelen van je hand over Mali!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *